Websitebouwer en klant moeten duidelijk zijn in communicatie rondom webtraject: dat scheelt kostbare procedures.

Een klant wil van een websitecontract af, de websitebouwer wil betaling. Wie krijgt er gelijk? Een (helaas) geanonimiseerde uitspraak van Gerechtshof Den Bosch geeft een mooi college in de do’s en don’ts voor beide partijen. De contractsbepalingen van de websitebouwer lijken overigens een kopie van die van Proximedia, die wel heel vaak bij de rechter staat.

 

Inhoud:

Eerder weg dan na twee jaar? Dat is dan 60% / Twee jaar en stilzwijgende verlenging: onredelijk bezwarend? / Foutenopsomming zelf fout / Wanneer mag websitebouwer ‘staken’? / Waarom slaagde de stilzwijgende verlenging niet? / Wat leren we hier nou van?

Eerder weg dan na twee jaar? Dat is dan 60%

De klant stuurt een opzeggingsbrief drie maanden nadat hij een overeenkomst heeft gesloten met de websitebouwer. De websitebouwer wijst op de overeenkomst voor twee jaar: ‘als je er eerder van af wil dan na twee jaar kost dat 60%’. Daar komt geen reactie op. Wel ontstaan er betalingsachterstanden. De klant besluit uiteindelijk met zijn bedrijf te stoppen. De websitebouwer zegt: ‘ho, we krijgen de maandtermijnen van bijna die hele eerste twee jaar nog, en daarna is het nog twee keer stilwijgend verlengd’. Uiteindelijk komt de zaak bij de rechter.

Twee jaar en stilzwijgende verlenging: onredelijk bezwarend?

Een van de belangrijkste punten: is de bepaling van die twee jaar (en de stilzwijgende verlenging met steeds een jaar) ongeldig omdat hij ‘onredelijk bezwarend’ is? Bij een consument wel, die moet er na het eerste jaar met een maand vanaf kunnen. Bij een consument zou de rechter dus een streep door die bepaling zetten. Bij een onderneming ligt dat anders. De rechter vond de bepaling in dit geval niet onredelijk bezwarend: een website heb je voor langere tijd, en de maandbedragen waren ‘relatief bescheiden’. Dus hoefde de websitebouwer bij het sluiten van de overeenkomst niet al te beseffen dat die regels in strijd waren met het belang van de klant.

Foutenopsomming zelf fout

De klant beroept zich er op dat hij een ‘ingebrekestelling’ heeft gestuurd aan de websitebouwer. Dat is een opsomming van afspraken waar de ander zich niet aan houdt met – afhankelijk van de situatie – een aansprakelijkstelling of een termijn om het op te lossen. Die ingebrekestelling deugde echter niet:

  • voor wat betreft de website waren geen concrete aspecten genoemd waarop de site niet deugde,
  • een site van tien pagina’s bouwen, lukt niet als de info van de klant maar zeven pagina’s vult,
  • voor wat betreft de layout had de klant niet aangegeven welke aspecten nou minder waren dan hij redelijkerwijze mocht verwachten,
  • een verkeerd telefoonnummer op de site kan eenvoudig hersteld worden en is geen tekortkoming,
  • voor wat betreft de SEO bleek uit niets dat de daling het gevolg is van onvoldoende inspanning,
  • voor wat betreft rapportages die niet zouden zijn verstrekt, bleek uit niets dat de klant daar ooit om had gevraagd
  • en voor wat betreft de fotoreportage die in de prijs zat inbegrepen, had de klant ondanks uitnodiging daartoe nagelaten een afspraak te maken.

Omdat de ingebrekestelling niet deugde, kon de klant niet eerder van de overeenkomst af dan afgesproken. De klant had geen goede reden om niet te betalen en mocht de betaling van zijn maandtermijnen dus niet staken. Overigens bleek ook uit alles dat de reden voor niet-betaling was: geen geld.

Wanneer mag websitebouwer ‘staken’?

De websitebouwer mocht zijn werkzaamheden wel ‘opschorten’ (staken tot de ander beterschap toont): de klant betaalde immers niet. Dat de websitebouwer een deel van de opdracht wel uitvoerde en een deel niet, betekent nog niet dat hij zijn opschortingsrecht had verspeeld voor de niet-uitgevoerde werkzaamheden. Ook betekende het niet dat de klant geen beroep op opschorting zou doen voor de rest van de werkzaamheden. De websitebouwer had zelfs geen plicht om mee te delen dat hij voorlopig even stil zou blijven zitten.

Waarom slaagde de stilzwijgende verlenging niet?

Dus de klant moest betalen, maar tot wanneer? Door de opzegging was duidelijk dat de klant er zo snel mogelijk van af wilde, maar niet tussentijds tegen 60%. De klant had tegen die 60% immers geen ‘ja’ gezegd, en bovendien na de opzegging nog allerlei opdrachten gegeven om dingen op de site te zetten. Dat de klant na zijn opzegging nog opdrachten had gegeven was onvoldoende om er op te mogen vertrouwen dat de klant van zijn opzegging was teruggekomen. Dus ging er een streep door de stilzwijgende verlenging. De twee jaar moest worden afgerekend, meer niet.

Wat leren we hier nou van?

Als je klant bent en van een overeenkomst af wil: wees duidelijk in wat de ander dan precies fout doet. Als je websites maakt, geldt eigenlijk hetzelfde devies:  wees duidelijk in je communicatie. De websitebouwer had in dit geval beter een bericht kunnen sturen dat men de opzegging zag als een opzegging na de eerste twee jaar.


Lees-verder-tips:


Jan Smolders, 7 mei 2020.
Deze column verscheen eerder op webdesign.nl.

info@dohmenadvocaten.nl
http://twitter.com/Jan_Smolders 
http://nl.linkedin.com/in/jansmolders

 

Websitebouwer en klant moeten duidelijk zijn in communicatie rondom webtraject: dat scheelt kostbare procedures.

Zijn wij de beste advocaat intellectueel eigendom in Nederland? Vind het uit tijdens ons spreekuur. Dohmen advocaten: uw advocaat gespecialiseerd in intellectueel eigendom. No cure no pay mag niet in Nederland, maar we helpen u wel graag verder op onze gratis spreekuren 013-5821987.


 


Dohmen advocaten bv | Sportweg 8 | 5037 AC Tilburg | 013-5821987 | info@dohmenadvocaten.nl | KvK: 18076457 | BTW: NL814155637B01